Overgangsrecht invorderingsrente ziet niet op waterschapsbelastingen
De heffingsambtenaar van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht heeft aanslagen waterschapsbelasting 2008 t/m 2013 verminderd. Binnen 6 weken zijn de bedragen van de verminderingen aan belanghebbende uitbetaald, waarbij geen invorderingsrente vergoed is. Belanghebbende heeft om vergoeding van invorderingsrente verzocht. Het bezwaar tegen het besluit van de heffingsambtenaar om geen invorderingsrente te vergoeden is ongegrond verklaard.
Het hof overweegt dat belanghebbende geen recht heeft op vergoeding van invorderingsrente op grond van de per 1 januari 2013 in werking getreden wettelijke regeling (Stb. 2011, 639). Belanghebbende bepleit echter toepassing van de voordien bestaande regeling, omdat door toepassing van de nieuwe regels op oude aanslagen terugwerkende kracht plaatsvindt.
Het hof overweegt dat uit het overgangsrecht volgt dat de oude regeling slechts van toepas-sing blijft op een aantal rijksbelastingen en niet op de waterschapsbelasting. Belanghebbendes stelling dat zij zich destijds niet bewust was noch behoefde te zijn van een mogelijke wijziging van de wettelijke regeling van invorderingsrente, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen.
Het hof kan in het midden laten of sprake is van een regeling die materieel met terugwerkende kracht is ingevoerd. Naar het oordeel van het hof is de wetgever met het overgangsrecht, dan wel met het ontbreken daarvan gebleven binnen de ruime beoordelingsvrijheid die hem op fiscaal gebied toekomt. Niet kan worden gezegd dat het oordeel van de wetgever van redelijke grond ontbloot is. Dat de wetgever ook voor een andere oplossing had kunnen kiezen doet hieraan niet af (vgl. HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3463).
DATUM:
21 april 2016
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2016:1969
ZAAKNUMMER:
15/00207
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
