Belangenbehartiger kan geen bezwaar aantekenen

Belanghebbende is opgericht door een ondernemersvereniging en heeft bezwaar gemaakt tegen de verhoging van de OZB-aanslagen voor de invoering en financiering van het ondernemersfonds van de gemeente Teylingen. Door 199 ondernemers die lid zijn van de vereniging, is bezwaar gemaakt tegen de aanslagen OZB. Alle bezwaren zijn ongegrond verklaard.
De rechtbank overweegt dat de Verordening geen besluit is als bedoeld in art. 1:3 Awb. Tegen de Verordening als zodanig staat dan ook geen rechtsmiddel open. Grieven tegen de tariefstelling in de Verordening kunnen alleen in een procedure over een individuele belastingaanslag aan de orde komen. De rechtbank stelt vast dat aan belanghebbende geen aanslag OZB is opgelegd. Uit het bezwaarschrift van belanghebbende valt ook niet op te maken dat belanghebbende zich richt tegen belastingaanslagen die aan ondernemers zijn opgelegd; dit zou ook niet mogelijk zijn nu tegen die aanslagen al afzonderlijke bezwaarprocedures zijn gevoerd. Verder is gesteld noch gebleken dat inkomens- of vermogensbestanddelen van belanghebben-de zijn begrepen in het voorwerp van de aan de ondernemers opgelegde belastingaanslagen. Indien belanghebbende bedoeld heeft het bezwaar ook te richten tegen de belastingaanslagen, is de rechtbank van oordeel dat belanghebbende niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 26a AWR. Anders dan belanghebbende betoogt, stelt de rechtbank vast dat het bezwaar en beroep niet is ingesteld namens de vereniging, en ook niet namens haar leden. Verder is niet gebleken dat belanghebbende is gemachtigd door de leden van de vereniging om bezwaar en beroep in te kunnen stellen. Belanghebbende heeft gewezen op jurisprudentie van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2011:BP2067 en ECLI:NL:RVS:2011:BT8562). In die zaken is ‘Belangenvereniging Indische Buurt’ aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb. Een vergelijking met deze zaak gaat niet op, omdat anders dan in die zaken hier geen besluit is in de zin van art. 1:3 Awb. Om te worden aangemerkt als belanghebbende in een bezwaarprocedure die is gericht tegen een belastingtarief, aansluiting te worden gezocht bij art. 26a AWR en niet bij art. 1:2 Awb. Het bezwaar is ten onrechte ongegrond verklaard. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en het bezwaar niet ontvankelijk. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.