Aanmaningskosten terecht in rekening gebracht
Tussen partijen is in geschil of terecht aanmaningskosten in rekening zijn gebracht. Daarnaast stelt belanghebbende in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte zijn verzoek tot indiening van een conclusie van repliek heeft afgewezen.
Gelet op de tekst van artikel 8:43 van de Awb - een ‘kan’-bepaling - en de wetsgeschiedenis van deze bepaling is het een discretionaire bevoegdheid van de bestuursrechter om partijen al dan niet in de gelegenheid te stellen schriftelijk te repliceren en dupliceren. De rechter kan hiertoe ambtshalve beslissen dan wel op verzoek. Het hof heeft dan ook geen reden om de door de rechtbank op dit punt genomen beslissing te corrigeren. Belanghebbende heeft de betalings-termijn van de genoemde aanslag ruimschoots laten verlopen en ook na aanmaning daartoe is belanghebbende in gebreke gebleven. Buiten geschil is dat belanghebbende op de hoogte was van de genoemde aanslag. Er is geen verleend uitstel van betaling, een betalingsregeling, dan wel een gehonoreerd verzoek om kwijtschelding met betrekking tot de aanslag. Weliswaar heeft belanghebbende verzocht om toezending van een formulier om kwijtschelding aan te vragen en dit ook ontvangen, echter dit formulier heeft belanghebbende nooit ingediend. Wel heeft belanghebbende aan de invorderingsambtenaar van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier meegedeeld dat een in te vullen kwijtscheldingsverzoek nog niet aan de orde is. Gelet hierop heeft de invorderingsambtenaar terecht aanmaningskosten in rekening gebracht.
Het enkele opvragen van een aanvraagformulier om kwijtschelding aan te vragen kan niet worden gekwalificeerd als het doen van een aanvraag om kwijtschelding. Er was dan ook geen sprake van het in behandeling zijn van een aanvraag om kwijtschelding.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO.
DATUM:
10 juli 2015
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2015:1821
ZAAKNUMMER:
14/05373
INSTANTIE:
Hoge Raad
