Verhogingen tarieven niet-woningen voor financiering fonds rechtens toelaatbaar
De heffingsambtenaar van de gemeente Súdwest Fryslân heeft aan belanghebbende een aanslag OZB eigendom en gebruik opgelegd. Zowel het bezwaar als het beroep hiertegen zijn ongegrond verklaard.
Een aantal organisaties heeft B&W en de raad van de gemeente verzocht om de OZB-tarieven voor niet-woningen te verhogen en de opbrengst van die verhoging volledig te bestemmen voor de voeding van een fonds in de vorm van een subsidie. De gelden zullen door het fonds worden aangewend voor collectieve activiteiten en stimulering van de gemeente. Belanghebbende stelt dat het gedeelte van de OZB-tarieven voor niet-woningen dat ziet op de financiering van het fonds leidt tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing.
Het hof oordeelt dat het een gemeente vrij staat de heffing en de toetsingsmaatstaven te bepalen, tenzij dit leidt tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing. Daarvan is hier geen sprake.
Vervolgens stelt belanghebbende dat belastingmiddelen dienen te worden aangewend voor algemene doeleinden en niet voor specifieke doeleinden zoals in casu onder meer het aanleggen van kerst- en sinterklaasverlichting. Naar het oordeel van het hof staat het een gemeente vrij de belastingopbrengsten vrijelijk aan te wenden voor specifieke doelen. Door vooraf te bepalen dat de gehele opbrengst van de verhoging van de OZB-tarieven voor niet-woningen in de vorm van een subsidie naar het fonds zal vloeien, dringt de vraag zich op of de door de formele wetgever in artikel 220 van de Gemeentewet aan de raad van een gemeente gegeven bevoegdheid zo ver reikt dat een gemeente weliswaar in formele zin belasting heft maar in wezen slechts als kassier optreedt van een private partij om louter in de financieringsbehoefte van die private partij te voorzien.
Naar het oordeel van het hof heeft de gemeente niet louter als kassier van het fonds gefungeerd. Met de verkregen subsidies heeft het fonds immers niet alleen de gemeenschappelijke belangen van de ondernemers gediend, maar ook de algemene belangen, zoals bijvoorbeeld het beveiligen van bedrijventerreinen en het organiseren van de sinterklaasintocht alsmede het verzorgen van de straatverlichting.
Belanghebbende betoogt dat de verhoging van de OZB discriminatoir en strijdig met artikel 220 van de Gemeentewet is en voert hiervoor aan dat daar waar iedere ingezetene profiteert van kerst- en sinterklaasverlichting, slechts een beperkte groep ingezetenen, de eigenaren van niet woningen, verplicht wordt de kosten hiervan te dragen. De rechtbank overweegt dat het de gemeente vrij staat het tarief tussen woningen en niet-woningen te differentiëren (vergelijk HR 28 februari 2001, nr. 35 940, LJN AB0280, BNB 2001/172) en de gemeente mag ook vrijelijk bepalen hoe de opbrengsten van een OZB verhoging worden besteed.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
DATUM:
15 februari 2011
ECLI:
ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6552
ZAAKNUMMER:
BK 10/00055
INSTANTIE:
Gerechtshof Leeuwarden
