Onvoldoende gelegenheid kennis te nemen van belastingschulden
De belastingdeurwaarder heeft € 10.246 aan vervolgingskosten in rekening gebracht in verband met het betekenen van een dwangbevel. De ontvanger van de belastingdienst heeft het administratief beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. De aanslagen waarop het betekende dwangbevel betrekking had, zijn aan belanghebbende kenbaar gemaakt door de betekening van 2 exploten op 28 maart 2011, uitgereikt om 11.35 uur en om 11.37 uur. Het dwangbevel is op 28 maart 2011 om 11.40 uur aan belanghebbende betekend. Tot slot is om 16.00 uur aan belanghebbende, bij exploot van 28 maart 2011, het proces-verbaal van executoriaal beslag van roerende zaken, betekend.
Het is vaste rechtspraak dat alleen kosten van vervolging in rekening kunnen worden gebracht indien de belastingplichtige in de gelegenheid is geweest om van zijn belastingschuld kennis te nemen en deze te voldoen (vgl. HR 29 mei 1996, nr. 30 212, LJN AA1817 en HR 5 december 2003, nr. 39 241, LJN AN9567). In artikel 10, eerste lid, van de Leidraad Invordering 2008 is bepaald dat belanghebbende bij versnelde invordering 2 dagen de tijd moet krijgen om de belastingschuld te voldoen. De rechtbank is van oordeel dat aan belanghebbende, op het moment van in rekening brengen van de kosten van betekening, niet kenbaar gemaakt was dat zij 2 dagen de tijd had om haar belastingschuld te voldoen. Naar het oordeel van de rechtbank hadden hierdoor niet ter stond vervolgingskosten in rekening mogen worden gebracht. Daaraan doet niet af dat op het exploot waarbij het proces-verbaal van executoriaal beslag van roerende zaken is betekend wel is vermeld dat geen betekeningskosten zijn verschuldigd indien de belastingschuld alsnog binnen twee dagen wordt betaald.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de vervolgingskosten tot nihil.
DATUM:
22 juni 2012
ECLI:
ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4271
ZAAKNUMMER:
AWB 11/3317
INSTANTIE:
Rechtbank Breda
