Misbruik van recht bij WOB-verzoeken

Belanghebbende heeft op grond van de WOB aan B&W van de gemeente Hollands Kroon verzocht om toezending van een aantal stukken. De gemeente heeft de informatie verstrekt. Het bezwaar van belanghebbende is kennelijk ongegrond verklaard.
De rechtbank ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of sprake is van misbruik van recht. Deze vraag is ter zitting, waar het beroep gelijktijdig is behandeld met de beroepen tegen besluiten van B&W van de gemeenten Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Bergen, Zandvoort, Den Helder en Enkhuizen aan de orde gesteld. Belanghebbende heeft bij een groot aantal gemeenten in Nederland een WOB-verzoek ingediend. Belanghebbende heeft niet aangegeven wat het doel is van haar verzoeken, ook niet na de diverse beschuldigingen van misbruik van recht. Belanghebbende is niet ter zitting verschenen en heeft zich daar ook niet laten vertegenwoordigen om een en ander nader toe te lichten. De partner van belanghebbende heeft een rechtspraktijk. De gemachtigde van belanghebbende is werknemer van deze rechtspraktijk. B&W hebben verwezen naar een artikel in Binnenlands Bestuur van 25 juli 2014 dat gaat over dergelijke verzoeken en waarin staat dat de partner van belanghebbende vindt dat ook “partners van” WOB verzoeken mogen indienen. Hij verklaart dat hij er zelf niet financieel wijzer van wordt; hij zegt dat hij proceskosten maakt en dat hij die kosten op die manier vergoed krijgt. Volgens het artikel verklaart de partner van belanghebbende dat zijn partner geen belang heeft bij de informatie die zij opvraagt maar dat het een test is, om te kijken hoe gemeenten reageren en of ze hun stukken paraat hebben. De rechtbank kan het artikel en de reactie van belanghebbende niet anders begrijpen dan dat belanghebbende haar WOB-verzoeken voor het bedrijf van haar partner heeft ingediend, dat het haar niet gaat om de informatie die zij opvraagt en dat haar WOB verzoeken werk en omzet voor het bedrijf van haar partner opleveren. De rechtbank begrijpt dat daarvoor een constructie is gekozen waarbij een werknemer van de rechtspraktijk voor zijn partner optreedt, zodat hij de kosten “op die manier vergoed krijgt”. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de formulering van het WOB-verzoek, welke bewust zodanig is geformuleerd dat hierdoor fouten worden uitgelokt bij de betrokken gemeenten, hetgeen vervolgens het instellen van rechtsmiddelen mogelijk maakt. Het verzoek zou wellicht nog kunnen passen bij een ‘test’ om te kijken hoe gemeenten reageren en of ze hun stukken paraat hebben, maar het inschakelen van een rechtsbijstandverlener in alle gevallen waarin volgens belanghebbende niet alle en/of niet de juiste informatie is verstrekt, past daarin volgens de rechtbank niet meer. Indien wordt aangenomen dat het de bedoeling van het WOB-verzoek is om het vermogen van bestuursorganen om uitvoering te geven aan de WOB als zodanig te testen, valt dit niet onder de reikwijdte van deze wet. Daarvoor is de WOB niet bedoeld. Met het doen van oneigenlijke WOB-verzoeken en het daarmee genereren van werk en inkomsten voor het bedrijf van de partner van belanghebbende heeft belanghebbende haar recht om bezwaar te maken en beroep in te stellen zodanig evident aangewend voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven, dat sprake is van misbruik van recht. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.