Actieve rol belanghebbende bij verhuur leidt tot belastingplicht
In geschil is of de aanslag toeristenbelasting 2015 en de voorlopige aanslag toeristenbelasting 2016 terecht en tot de juiste bedragen aan belanghebbende zijn opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of belanghebbende degene is die gelegenheid heeft geboden tot verblijf en dus terecht als belastingplichtige is aangemerkt.
Het hof oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de omkering en verzwaring van de bewijslast ook ziet op de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de toeristenbelasting; de heffingsambtenaar dient immers eerst aannemelijk te maken dat een belanghebbende belastingplichtig is voor de toeristenbelasting. Belanghebbende is voor beide jaren terecht aangemerkt als belastingplichtige, aangezien haar betrokkenheid bij de verhuur voldoende is voor de conclusie dat zij gelegenheid heeft geboden tot verblijf in dit pand. De eigenaar van het pand heeft verklaard dat belanghebbende het pand beheert, en de bij belanghebbende werkzame arbeidsmigranten zijn gehuisvest in het pand. De betrokkenheid van belanghebbende bij de verhuur van het pand is niet beperkt tot het op papier fungeren als tussenpersoon. Belanghebbende heeft een actieve rol gespeeld bij het onderhouden van het pand en heeft diverse maatregelen genomen om de (brand)veiligheid zeker te stellen. Daar doet niet af dat de in het kader van de verhuur verrichte werkzaamheden onvergelijkbaar zijn met de bijkomende leveringen en diensten die pensions en hotels plegen te verrichten. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat voor het jaar 2015 zowel een uitnodiging als aanmaning tot het doen van aangifte toeristenbelasting naar het adres van belanghebbende is verzonden. Dat rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van voornoemde stukken. Belanghebbende heeft niets aangevoerd dat tot ontzenuwing van dit bewijsvermoeden zou kunnen leiden en heeft niet aangetoond dat de aanslag tot een te hoog bedrag is opgelegd. Met betrekking tot het jaar 2016 is er geen ruimte is voor toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast wegens het niet doen van de vereiste aangifte, aangezien belanghebbende voorafgaande aan het opleggen van de voorlopige aanslag niet is uitgenodigd tot het doen van aangifte.
DATUM:
29 maart 2019
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2019:1209
ZAAKNUMMER:
18/00220 en 18/00239
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
