Gelegenheid tot verblijf tegen vergoeding vanwege beheerderstaken

Aan belanghebbende zijn door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant (voorlopige) aanslagen toeristenbelasting opgelegd voor 2013, 2014 en 2015. Belanghebbende is verhuurder en beheerder van een complex dat aan diverse uitzendbureaus tegen vergoeding ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de huisvesting van door de uitzendbureaus te werk gestelde arbeidsmigranten. Belanghebbende heeft met de uitzendbureaus vergelijkbare afspraken gemaakt en draagt onder andere zorg voor registratie van de arbeidsmigranten, diverse (nuts)voorzieningen, groot en klein onderhoud van het complex en een deel van de inrichting van de kamers, waaronder bedden en kledingkasten. Daartoe heeft belanghebbende een beheerder aangesteld die 24 uur per dag zorgt voor het beheer van het complex. De heffingsambtenaar stelt dat belanghebbende degene is die gelegenheid biedt tot verblijf en daarmee kan worden aangemerkt als belastingplichtige. Volgens belanghebbende betreffen haar activiteiten enkel de beheersmatige aspecten van migrantenhuisvesting en zijn de uitzendbureaus degenen die gelegenheid tot verblijf bieden. Subsidiair heeft belanghebbende aangevoerd dat als de arbeidsmigrant zichzelf niet inschrijft, de gemeente moet zorgdragen voor inschrijving in het BRP. Omdat de gemeente haar taak verzuimt, is het heffen van toeristenbelasting volgens haar een oneigenlijke vorm van belastingheffing.
Het hof is van oordeel dat uit de taken van de beheerder, die in dienst is bij belanghebbende, alsmede uit het, naast het ter beschikking stellen van bedden, aanvullende dienstbetoon door belanghebbende, volgt dat belanghebbende aan te merken is als degene die gelegenheid biedt tot verblijf tegen vergoeding als bedoeld in de Verordening en de Gemeentewet. Ten aanzien van het subsidiaire punt van belanghebbende onderschrijft het hof het oordeel van de rechtbank dat de gemeente geen actievere rol had moeten vervullen bij de inschrijving van de arbeidsmigranten nu geen rechtsregel de gemeente daartoe verplicht. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.