Hanteren van 1 uniform tarief niet strijdig met discriminatieverbod

Belanghebbende stelt dat het hanteren van 1 (uniform) tarief in de verordening, gelet op de diversiteit aan accommodaties in de gemeente Veere, strijdig is met art. 1 Grondwet, art. 1 Twaalfde Protocol EVRM en art. 26 IVBPR. Het hof overweegt dat toeristenbelasting wordt geheven vanwege het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente. De (heffing van) toeristenbelasting is dus niet afhankelijk van het soort accommodatie waarin verbleven wordt. Het hof is van oordeel dat het hanteren van 1 uniform tarief niet strijdig is met het discriminatieverbod. Dat de accommodaties onderling verschillen en dat er een gemiddeld tarief zou zijn, doen hieraan niet af. Indien en voor zover moet worden aangenomen dat ten aanzien van belanghebbende voor de heffing van toeristenbelasting onderscheid wordt gemaakt ten opzichte van andere (overnachtings-) accommodaties in de gemeente, heeft het volgende te gelden. Op grond van art. 219 lid 2 in combinatie met art. 224 Gem.w. kunnen gemeenten zelf invulling geven aan de in de belastingverordeningen op te nemen heffingsmaatstaven voor de toeristenbelasting, met dien verstande dat het bedrag van de toeristenbelasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen. Het staat gemeenten in beginsel vrij die heffingsmaatstaven op te nemen die zich het beste verstaan met het gemeentelijk beleid en de praktijk van de belastingheffing (Kamerstukken 1989/1990, 21 591, nr. 3, p. 65-67), waarbij wel de algemene rechtsbeginselen in acht dienen te worden genomen. Nu de toeristenbelasting voor het tarief per overnachting aanknoopt bij feiten en omstandigheden die verband houden met de duur van het verblijf en het aantal personen dat verblijf houdt en er geen sprake is van een tarief dat afhankelijk is gesteld van inkomen, winst of vermogen, kan naar het oordeel van het hof niet worden gezegd dat de keuze van de gemeentelijke wetgever voor het hanteren van één uniform tarief per overnachting, ook al zou dat een gemiddeld tarief zijn, evident van redelijke grond ontbloot is dan wel dat de gemeentelijke wetgever de grenzen die aan zijn wetgevende bevoegdheid zijn gesteld heeft overschreden. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.