Bekendmaking verordeningen, belastingplicht uitzendbureau Poolse werknemers

Belanghebbende, een uitzendbureau gespecialiseerd in het werven en plaatsen van veelal Poolse uitzendkrachten, heeft Poolse werknemers gehuisvest in een hotel in de gemeente Diemen. Belanghebbende huurt dit hotel van de eigenaar. De werknemers staan niet ingeschreven als ingezetene in de GBA.
Belanghebbende stelt in de eerste plaats dat de Verordening en de 1e Wijzigingsverordening niet verbindend zijn, omdat ze niet op de voorgeschreven wijze bekend zijn gemaakt, omdat deze verordeningen niet gedurende 12 weken ter inzage hebben gelegen nu in de mededeling in het huis-aan-huisblad 6 weken stond vermeld.
Gelet op de gemotiveerde toelichting van de heffingsambtenaar acht het hof diens stelling dat de Wijzigingsverordening minstens 12 weken bij de receptie van het gemeentehuis ter inzage heeft gelegen voldoende aannemelijk. Belanghebbende heeft deze stelling weliswaar betwist, maar een verdere onderbouwing of adstructie naast de tekst van de mededeling in het huis-aan-huisblad is niet gegeven.
De stelling van belanghebbende dat zij niet als belastingplichtige kan worden aangemerkt, nu zij, als huurder, geen verblijf biedt, verwerpt het hof. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat belanghebbende de belastingplichtige is in de zin van de Verordening. Belanghebbende is immers degene die aan haar werknemers de gelegenheid biedt tot verblijf in het hotel. Belanghebbende huurt dit hotel en verschaft haar werknemers de mogelijkheid daar (tegen vergoeding) te verblijven. De stelling van belanghebbende dat zij niet de eigenaar is van het hotel, en evenmin de lastendrager of verhuurder maakt dat niet anders.
Belanghebbende stelt vervolgens dat de gemeente verzuimd heeft om de Poolse werknemers ambtshalve in te schrijven in de GBA en dat als gevolg daarvan het belastbare feit is ontstaan. Door vervolgens toeristenbelasting te heffen heeft de heffingsambtenaar gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvoir, aldus belanghebbende.
De rechtbank heeft overwogen dat de vraag of sprake is van een verplichting van de gemeente om de Poolse werknemers in te schrijven in de gemeentelijke basisadministratie, niet ter beoordeling staat van de belastingrechter. Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat de heffingsambtenaar bij zijn beoordeling of is voldaan aan het belastbaar feit mag uitgaan van de in de GBA opgenomen gegevens, tenzij hem voorafgaand aan de vaststelling van de aanslag feiten of omstandigheden zijn gebleken die dienen te leiden tot de conclusie dat hij in strijd met een of meer algemene beginselen van behoorlijk bestuur zou handelen door zich (desondanks) te baseren op de gegevens uit het GBA. Dergelijke omstandigheden zijn niet aannemelijk geworden.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.