Heffing van uitzendbureau buitenlandse werknemers

Belanghebbende exploiteert een uitzendbureau en draagt zorg voor het verblijf van haar buitenlandse werknemers in drie tot haar beschikking staande panden. In geschil is of belanghebbende toeristenbelasting is verschuldigd voor het verblijf van de werknemers.
Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar een aanslag toeristenbelasting mocht opleggen voor het verblijf van de buitenlandse werknemers van belanghebbende. Van schending van het vrije verkeer van werknemers is geen sprake. Evenmin heeft de gemeente het gelijkheidsbeginsel geschonden door studenten en asielzoekers buiten de heffing van toeristenbelasting te houden. Voor beide vrijstellingen heeft de gemeente een goede rechtvaardiging aangevoerd. Ook het standpunt van belanghebbende dat de gemeente forensenbelasting had moeten heffen in plaats van toeristenbelasting, wordt door het hof verworpen. Het hof overweegt dat de gemeente in 2010 nog geen forensenbelasting kende en in 2011 enkel ‘het beschikbaar houden voor zich van een gemeubileerde woning' als belastbaar feit heeft aangemerkt en hiervan is in dit geval geen sprake.

 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.