De heffingsambtenaar heeft kunnen menen dat belanghebbende vermoedelijk belastingplichtig is
De heffingsambtenaar van de gemeente Horst aan de Maas heeft belanghebbende uitgenodigd tot het doen van aangifte voor de toeristenbelasting. Belanghebbende heeft het aangiftebiljet niet ingevuld en geretourneerd. Daarop heeft de heffingsambtenaar ambtshalve een aanslag opgelegd van € 8.668,66. Het bezwaar hiertegen is ongegrond verklaard. De Rechtbank Roermond heeft het beroep ongegrond verklaard.
Het hof overweegt dat de heffingsambtenaar aan een controle door de gemeente en de arbeidsinspectie het vermoeden heeft kunnen ontlenen dat belanghebbende belastingplichtig is voor de toeristenbelasting. Nu de heffingsambtenaar heeft kunnen menen dat belanghebbende vermoedelijk belastingplichtig is, heeft deze belanghebbende terecht uitgenodigd tot het doen van aangifte. Het door belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar gerichte beroep moet ingevolge artikel 27j en 27e van de AWR ongegrond worden verklaard, tenzij is gebleken dat die uitspraak onjuist is. De heffingsambtenaar heeft de aanslag gebaseerd op 29 slaapplaatsen, een bezettingsgraad van 90% en een tarief van € 0,91 per overnachting. Het hof overweegt dat dit een redelijke schatting is en dat er geen sprake is van willekeur.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
Terug naar kennisbank
DATUM:
11 november 2010
ECLI:
niet gepubliceerd
ZAAKNUMMER:
08/00571
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
