Aan schending hoorplicht kon niet worden voorbijgegaan
De inspecteur heeft de hoorplicht geschonden door X niet te horen. Daaraan kan op grond van art. 6:22 Awb worden voorbijgegaan indien aannemelijk is dat X daardoor niet wordt benadeeld. Dat is hier niet het geval. Uit de gedingstukken volgt dat X en de Inspecteur van mening verschilden over de van belang zijnde feiten, zodat niet kan worden gezegd dat X niet is benadeeld door het achterwege blijven van een hoorzitting. Dat X in beroep en/of in hoger beroep heeft aangegeven dat de zaak niet hoeft te worden teruggewezen naar de inspecteur maakt dat niet anders.
DATUM:
05 juni 2020
ECLI:
ECLI:NL:HR:2020:1011
ZAAKNUMMER:
18/04533
INSTANTIE:
Hoge Raad
