Aan schending hoorplicht kon niet worden voorbijgegaan

De inspecteur heeft de hoorplicht geschonden door X niet te horen. Daaraan kan op grond van art. 6:22 Awb worden voorbijgegaan indien aannemelijk is dat X daardoor niet wordt benadeeld. Dat is hier niet het geval. Uit de gedingstukken volgt dat X en de Inspecteur van mening verschilden over de van belang zijnde feiten, zodat niet kan worden gezegd dat X niet is benadeeld door het achterwege blijven van een hoorzitting. Dat X in beroep en/of in hoger beroep heeft aangegeven dat de zaak niet hoeft te worden teruggewezen naar de inspecteur maakt dat niet anders.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.