Vervanging dak bij asbestsanering is woningverbetering
Belanghebbende stelt dat op 1 januari 2024 het Asbestverwijderingsbesluit 2005 in werking treedt, en dat vanaf die datum asbesthoudende daken verboden zijn. De heffingsambtenaar van de gemeente Scherpenzeel en de rechtbank zijn er ten onrechte van uitgegaan dat er geen asbestverwijderingsplicht bestaat. De heffingsambtenaar heeft bij de waardering rekening gehouden met een waardedrukkend effect van € 36.000 als gevolg van de aanwezigheid van asbest. De taxateur heeft toegelicht dat hij zich heeft gebaseerd op de door belanghebbende overgelegde offerte.
Het hof oordeelt dat voldoende rekening is gehouden met de waardedruk als gevolg van de aanwezigheid van asbest. Belanghebbende miskent dat de verwijderingsverplichting op grond van het Asbestverwijderingsbesluit geen betrekking heeft op asbest aan de binnenkant van gebouwen, zoals een asbesthoudend dakbeschot. Bovendien is de taxateur uitgegaan van een onmiddellijke verwijdering van de aanwezige asbest. De stelling van belanghebbende dat de overige in de offerte genoemde kostenposten (zoals nieuwe dakpannen) niet tot woningverbetering leiden, omdat deze uitsluitend zijn gemaakt om te voldoen aan de goedkeuringsvereis-ten van de gemeentelijke monumentencommissie, kan niet tot een ander oordeel leiden. Vervanging van een dak en het aanbrengen van nieuwe dakpannen zal immers een langere levensduur van het dak meebrengen en daarmee leiden tot verbetering en tot waardevermeerdering van de woning. Een potentiële koper zal om die reden dan ook bereid zijn voor een woning met een nieuw dak meer te betalen dan voor een woning met een ouder dak dat eerder aan vervanging toe zal zijn. Dat belanghebbende niet vrijwillig voor deze oplossing heeft gekozen en dat hij zelf geen verbetering ervaart, doet daar niet aan af.
DATUM:
15 januari 2019
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2019:354
ZAAKNUMMER:
18/00134
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
