Waarde winkelcentrum niet aannemelijk gemaakt

Belanghebbende is gebruiker van een winkelpand. In geschil is of de heffingsambtenaar van de gemeente Venray de WOZ-waarde te hoog heeft vastgesteld.
Het hof merkt op dat de waarde voor niet-woningen kan worden bepaald door middel van een methode van kapitalisatie van de bruto huur, een methode van systematische vergelijking, dan wel door middel van een discounted-cash-flow methode. Tussen deze methoden bestaat geen rangorde en het is ook niet uitgesloten dat de waarde op andere manieren kan worden bepaald. Het hof oordeelt dat door de combinatie van de discounted-cash-flow methode, de ITZA-methode en de methode van systematische vergelijking diverse variabelen zijn gebruikt die vervolgens aan de hand van aannames zijn ingevuld om aldus de waarde in het economische verkeer te berekenen. Dit leidt ertoe dat de onderbouwing van de heffingsambtenaar niet, althans onvoldoende, is terug te voeren tot marktgegevens en dat deze waarde een weergave is van de waarde in het economische verkeer. Belanghebbende heeft volstaan met algemene informatie waardoor geen aansluiting kan worden gemaakt tussen de door hem genoemde verhuurtransacties en de bepleite waarde. Door het ontbreken van onderliggende gegevens, zoals het onderliggende huurcontract, is niet inzichtelijk waardoor het verschil tussen de vraagprijs en de gerealiseerde huurprijs wordt veroorzaakt. Het hof stelt de waarde in goede justitie vast op € 405.000.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.