Objectafbakening kantoorgebouw

Belanghebbende is eigenaar van een kantoorpand, waarvan een gedeelte is verhuurd aan C B.V.. Voor de toepassing van de Wet WOZ is dit gedeelte voor 2014 afzonderlijk afgebakend en gewaardeerd. Van het resterende deel van het kantoorpand zijn 3 delen (D/E/F) ook verhuurd. Dit verhuurde deel (D/E/F) is afsluitbaar en heeft een eigen pantry, maar geen eigen toiletvoor-ziening. De toiletvoorziening is buiten het afsluitbare gedeelte gelegen in het gemeenschappelijke deel van het pand. Het onverhuurde deel was evenmin voorzien van een eigen toiletvoor-ziening en was aangewezen op dezelfde toiletvoorziening als waarvan D/E/F gebruik maakte. Bij het vaststellen van de WOZ-beschikking heeft de heffingsambtenaar het resterende deel van het kantoorpand (het verhuurde deel D/E/F, de gemeenschappelijke ruimten en het onverhuurde deel) als één object aangemerkt. In geschil is of het aan D/E/F verhuurde deel blijkens zijn indeling bestemd is om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en als afzonderlijke onroerende zaak (gedeelte) moet worden aangemerkt.
Voor het gebruik als kantoorruimte acht het hof ten minste de aanwezigheid van een toiletvoorziening vereist. Nu vaststaat dat de aan D/E/F verhuurde kantoorruimte geen eigen toiletruimte heeft binnen het afsluitbare deel, kan niet worden gezegd dat dit deel van het kantoorgebouw blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Hieraan doet niet af dat D/E/F tot 1 februari 2014 in feite als enige gebruik heeft gemaakt van de gemeenschappelijke toiletruimte. Het kantoorpand is juist afgebakend.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.