Aansluit- en transportovereenkomst

X, netbeheerder, stelt dat de gemeenten Elburg en Tytsjerksteradiel op grond van een aansluit- en transportovereenkomst (ATO) een gedoogplicht hebben. Het hof concludeert dat uit de ATO inderdaad een gedoogplicht volgt maar deze niet een onbegrensde beperking oplevert voor het heffen van precariobelasting over de netwerken. De Algemene Voorwaarden kunnen geen uitbreiding geven aan hetgeen waarvoor de ATO is bedoeld: het tot stand brengen van een aansluiting voor de levering van elektriciteit voor de openbare verlichting. De heffingsambtenaar is uitsluitend gehouden om die aansluitingen buiten de heffingsgrondslag van de precariobelasting te houden. Een netwerk van hoofdleidingen (combikabels) waarvan de aansluitingen zijn afgetakt valt daar buiten omdat dit netwerk reeds aanwezig was bij de totstandkoming van de ATO. Deze uitleg sluit bovendien ook aan op het in art. 1 van de Algemene Voorwaarden gemaakte (strikte) onderscheid tussen aansluiting en hoofdkabel.
(Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2020, nr. 18/00263, ECLI:NL:GHAMS:2020:1239 en Gerechtshof Amsterdam 17 december 2019, nr. 18/00533, ECLI:NL:GHAMS:2019:4771)
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.