Bouwstenen voor een beter belastingstelsel
Op 18 mei 2020 heeft Staatssecretaris van Financiën Vijlbrief (Fiscaliteit en Belastingdienst) de Tweede Kamer het langverwachte pakket ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aangeboden. Het pakket kent 14 bijlagen, waarvan bijlage 10 de voor ons vakgebied meest belangrijke is: de Herziening van het gemeentelijke belastinggebied.
Bijlage 10 is het Rapport van de werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied van 1 mei 2020. Het rapport meldt dat financiële autonomie van gemeenten beperkt is: minder dan 20% bestaat uit gemeentelijke belastingen en heffingen. Dit perkt ook de bestuurlijke autonomie van gemeenten in. Gemeenten nemen, aldus het rapport, 40% van de overheidsuitgaven voor hun rekening, maar staan tegelijkertijd “slechts” aan de lat voor 3% van de totale belastingdruk.
De Nederlandse belastingdruk heeft vooral zijn basis in de factor arbeid en minder in consumptie en kapitaal. Dat leidt tot knelpunten; de grote belastingdruk op arbeid heeft negatieve effecten op de economie. Deze is daarnaast door de vergrijzing en het toegenomen aantal zzp’ers minder toekomstbestendig.
De herziening van het gemeentelijke belastinggebied kan een deel van de oplossing voor deze knelpunten zijn. Het rapport stelt een aantal beleidsopties voor. Wij citeren:
“- Een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied: dit kan door een belastingschuif van € 4 of 6 miljard van het Rijk naar gemeenten. Het gemeentefonds neemt met hetzelfde bedrag af en inwoners worden gecompenseerd door lagere inkomstenbelasting.
- Een verbreding van de belastinggrondslag voor de OZB: verschillende uitzonderingen voor de WOZ-waardering bij niet-woningen kunnen worden afgeschaft.
- Modernisering en uitbreiding van de overige gemeentelijke belastingen: de gemeentelijke belastingmix kan beter worden afgestemd op actuele maatschappelijke opgaven.”
Bij de eerste beleidsoptie, de verruiming van het gemeentelijke belastinggebied, worden als bouwstenen genoemd:
- € 4 miljard of € 6 miljard, waarbij een omvang van € 6 miljard wordt genoemd als passend bij het huidige gemeentelijke takenpakket;
- de herinvoering van de OZB voor gebruikers van woningen
- de invoering van een ingezetenenheffing.
Bij de tweede beleidsoptie, de verbreding van de belastinggrondslag, wordt als bouwsteen genoemd de afschaffing van één of meer waarderingsuitzonderingen in de WOZ/OZB. Geschat wordt dat op dit moment € 444,5 miljard aan waarde buiten de heffing van de OZB wordt gelaten, hetgeen € 2,1 miljard OZB scheelt.
Bij de derde beleidsoptie, de modernisering van de overige gemeentelijke belastingen, worden als bouwstenen genoemd:
- de toeristenbelasting wordt een nachtverblijfsbelasting;
- de vermakelijkhedenretributie wordt een dagverblijfsbelasting;
- afschaffing van de hondenbelasting;
- de revitalisering van de baatbelasting.
Tot slot wordt nog een vierde beleidsoptie genoemd, de uitbreiding van het belastinginstrumentarium. Daarbij wordt als bouwsteen genoemd de invoering van een gebiedsontwikkelingsheffing. Opgemerkt wordt tevens dat een open belastingstelsel voor gemeenten in Nederland een stap te ver is. De gebiedsontwikkelingsheffing is bedoeld om inwoners en bedrijven die profijt hebben bij een gebiedsontwikkeling te laten meebetalen.
Het rapport noemt ook kwetsbaarheden van de voorgestelde beleidsopties; te weten het risico dat het gemeentelijk belastinggebied zal worden gezien als vangnet voor alle risico’s van gemeenten (ook voor de door het Rijk opgedragen taken) en het risico dat gemeenten met minder draagkrachtige inwoners minder belastinginkomsten zullen genereren. Daarmee moet volgens het rapport al bij de verdeling van het gemeentefonds rekening worden gehouden.
Van een aantal bouwstenen zijn de inkomens- en werkgelegenheidseffecten al berekend door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze laten een positief beeld zien.
Als aandachtspunt voor de invoering van de verschillende bouwstenen geeft het rapport nog mee dat goede publieksvoorlichting van belang is. Belastingplichtigen zullen vanaf de eerste loonstrook de verlaging van de inkomstenbelasting merken en later pas de hogere gemeentelijke aanslag in de bus krijgen. Daarom moet het mogelijk zijn om gemeentelijke belastingen in termijnen te betalen. Het rapport geeft ook aan dat de gemeente, net als de rijksbelastingdienst, preferente schuldeiser zou moeten zijn, nu de invordering belangrijker wordt bij een groter gemeentelijk belastinggebied.
In Bijlage 4 bij het rapport worden de “minder kansrijke” nieuwe heffingen beoordeeld. In B 4.8 wordt de Verduurzamingsvrijstelling behandeld. Deze paragraaf verwijst naar de Motie Lodders-Van Weyenberg, 14 november 2018 (Kamerstukken II, 2018-19, 35 029, nr. 20). Die motie riep op om een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de OZB gehouden worden. Daarnaast riep de motie op te onderzoeken hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door hogere lasten. De werkgroep heeft de motie overwogen en constateert een aantal principiële en uitvoeringsproblemen. Eerste probleem is dat er geen kadastrale registratie bestaat van verduurzamingsmaatregelen. Tweede probleem is dat het lastig is een onderscheid te maken tussen verduurzamingsmaatregelen en regulier onderhoud. Als derde probleem noemt de werkgroep dat vrijstellingen leiden tot afwenteling tussen verschillende belastingplichtigen en ook tot verlies van transparantie. Tenslotte stelt de werkgroep dat de belastingbesparing minimaal zal zijn. Daarom doet de werkgroep geen voorstel voor het invoeren van vrijstellingen voor verduurzamingsmaatregelen.
Voor het complete rapport, klik hier: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/05/18/herziening-gemeentelijk-belastinggebied
Terug naar kennisbank
DATUM:
25 mei 2020
INSTANTIE:
Van den Bosch & Partners
