Kantoorunits zonder sanitair onvoldoende zelfstandig

Belanghebbende is een van de vennoten van een vennootschap onder firma. Deze vennootschap verricht haar werkzaamheden vanuit twee gehuurde kantoorunits in een bedrijfsverzamelgebouw in Utrecht. In geschil is of de gemeente de WOZ-beschikking terecht aan belanghebbende heeft opgelegd en of de kantoorunits voor de toepassing van de Wet WOZ een afzonderlijke onroerende zaak vormen. Hof Amsterdam oordeelt in afwijking van eerder Rechtbank Utrecht dat de kantoorunits onvoldoende zelfstandigheid bezitten om aangemerkt te kunnen worden als afzonderlijk WOZ-object. Voor het gebruik van kantoorruimte acht het Hof de aanwezigheid van sanitaire voorzieningen in het algemeen van wezenlijk belang. Zonder sanitair kunnen de personen die in de ruimte werken in de regel namelijk niet een hele dag functioneren. De kantoorunits vormen bij gebrek aan sanitair geen afzonderlijk WOZ-object. Dat de units wel afsluitbaar zijn is voor het Hof onvoldoende om anders te oordelen. Het Hof verklaart het hoger beroep van belanghebbende gegrond en vernietigt de WOZ-beschikking. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.