Perceel kruiden- en faunarijk grasland is natuurterrein

Belanghebbende is eigenaresse van een perceel in het gebied van Waterschap Regge en Dinkel. Zij beheert het perceel volgens het beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Het perceel wordt verpacht aan een agrariër die de gewassen maait, het perceel bemest en laat begrazen door de toegestane hoeveelheid vee. De beperkingen van het beheertype maken dat het perceel nog voor 38% agrarisch productief is, met andere woorden het perceel heeft 62% van zijn vermogen tot agrarische productie verloren. In geschil is de vraag of de inrichting en het beheer van het perceel geheel of nagenoeg geheel zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van dat kruiden- en faunarijk grasland.
Onder geheel of nagenoeg geheel moet naar het oordeel van het hof worden verstaan 90% of meer. Dat betekent dat de inrichting en het beheer van het perceel slechts beperkt, minder dan 10%, mogen zijn afgestemd op andere doelstellingen dan het behoud of de ontwikkeling van natuur, zoals in dit geval gebruik ten behoeve van de veehouderij. Voor het antwoord op de vraag in welke mate de inrichting en het beheer zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur, is naar het oordeel van het hof van belang of, en in hoeverre, daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van het opbrengstgevende vermogen van de grond, buiten de doelstelling behoud of ontwikkeling van natuur (vgl. Hof Arnhem 6 december 2011, nr. 11/00271, ECLI:NL:GHARN:2011:BU8358).Tussen partijen is niet in geschil dat de begrazing (dan wel het periodiek maaien) van het perceel essentieel is voor de ontwikkeling van het gebied als kruiden- en faunarijk grasland. Belanghebbende heeft onweersproken gesteld dat andere percelen die vallen onder eenzelfde beheertype maar die niet kunnen worden verpacht, in eigen beheer worden beweid en gemaaid, ook als dit niet kostendekkend is. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat belanghebbende weliswaar (middellijk) gebruik maakt van het (rest)opbrengstgevende vermogen van de grond, maar dat dit gebeurt binnen de doelstelling behoud of ontwikkeling van natuur. Het feit dat beheer en inrichting van het perceel in zoverre zijn afgestemd op (voor het natuurbeheer essentiële) begrazing door koeien, staat dus niet eraan in de weg dat dat beheer en inrichting daarmee tevens zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.