Koppeling heffingsmaatstaf aan WOZ-waarde
De heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking Rivierenland heeft een aanslag watersysteemheffing opgelegd voor waterschap Rivierenland berekend naar de WOZ-waarde. Na vermindering van de WOZ-waarde is de aanslag verminderd. De Rechtbank Arnhem heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Belanghebbende stelt dat deze heffingsmaatstaf een schending oplevert van het gelijkheidsbeginsel. Omdat hij door de werken van het waterschap in gelijke mate beschermd als zijn buurman die echter een lagere aanslag watersysteemheffing krijgt omdat de WOZ-waarde van zijn pand lager is.
Het hof overweegt dat niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen is verboden doch alleen die welke als discriminatie moet worden beschouwd omdat een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de ongelijke behandeling ontbreekt. Hierbij komt de wetgever op het fiscale gebied een ruime beoordelingsvrijheid toe. Daaruit volgt dat het oordeel van de wetgever door de rechter moet worden geëerbiedigd tenzij dat oordeel van iedere redelijke grond is ontbloot. Gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling kan niet worden gezegd dat de door de wetgever gemaakte keus voor de heffingsgrondslag van iedere redelijke grond is ontbloot. Of de te hanteren heffingsmaatstaf vervolgens leidt tot een redelijke en rechtvaardige heffing staat niet aan de rechter ter beoordeling (artikel 11 van de Wet van 15 mei 1829, houdende algemene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk).
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
DATUM:
20 november 2012
ECLI:
ECLI:NL:GHARN:2012:BY4680
ZAAKNUMMER:
12/00249
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem
