Belang bij taakuitoefening ook bij vervallen nulklasse

Belanghebbende is eigenaar van 6 percelen grond die liggen binnen het taakgebied van het waterschap Rivierenland op een hoogte van 20,6 meter boven NAP. Aan belanghebbende zijn tot en met 2008 geen aanslagen waterschapsbelasting opgelegd, omdat de percelen waren ingedeeld in de zogenoemde nulklasse. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor belastingjaar 2009 aanslagen watersysteemheffing ongebouwd opgelegd en de bezwaren hiertegen ongegrond verklaard.
De rechtbank overweegt dat uit de wetsgeschiedenis uitdrukkelijk blijkt dat de wetgever steeds een belang bij de taakuitoefening van het waterschap aanwezig acht en dat de Waterschapswet voor de watersysteemheffing in geen andere tariefdifferentiatie voorziet dan die is voorzien in artikel 122 van de Waterschapswet. Het geval van belanghebbende valt daar niet onder. Overigens staat het de rechter op grond van artikel 120 van de Grondwet en artikel 11 van de Wet algemene bepalingen niet vrij om de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te beoordelen. Dat de aankoopprijs van de gronden mogelijk mede is bepaald door het ontbreken van waterschapslasten voor de betrokken percelen kan belanghebbende evenmin baten. Dat raakt alleen de contractuele verhouding tussen belanghebbende en de verkoper.
Op grond van artikel 63 van de AWR juncto artikel 123, derde lid, onderdeel a, van de Water-schapswet is het dagelijks bestuur van het waterschap bevoegd om voor bepaalde gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van de belastingwet mochten voordoen. Ingevolge artikel 126 van de Waterschapswet is dat artikel ook van toepassing in zaken betreffende de watersysteemheffing. Belanghebbende dient zich met zijn verzoek om toepassing van de hardheidsclausule dan ook daartoe te wenden. De rechtbank kan daarover geen oordeel geven. Belanghebbende heeft gesteld dat het tarief per hectare, in vergelijking met het tarief in de gemeente Bergen te Limburg, te hoog is. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat aan de categorie ongebouwde onroerende zaken teveel kosten zijn toegedeeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.