Belang bij taken van het waterschap

Aan belanghebbende zijn door de heffingsambtenaar van het waterschap Rivierenland aanslagen omslagheffing opgelegd. Het Gerechtshof Arnhem heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Bij arrest van 10 juli 2009 (nr. 43 241, LJN BJ2003) heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie gegrond verklaard, de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem vernietigd en het geding naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verwezen.
In geschil is of belanghebbende belang heeft bij de taken van het waterschap en of het waterschap had moeten voorzien in een afzonderlijke omslagklasse in verband met 'onevenredig nadeel'.
Belanghebbendes eigendommen zijn gelegen in de uiterwaarden van de rivier de Linge. Blijkens het bepaalde in het algemeen reglement voor het waterschap Vierstromengebied en de bijbehorende kaart volgt dat belanghebbendes eigendommen zijn gelegen in dit gebied. In dit gebied heeft het waterschap vanaf het moment van de fusie, 1 januari 2002, zowel de waterkeringszorg als de waterbeheersingszorg. De omstandigheid dat de taken in de periode vóór de fusiedatum waren toebedeeld aan twee afzonderlijke waterschappen is voor de beoordeling van het geschilpunt niet van belang. Belanghebbendes stelling, dat het waterschap had moeten voorzien in een afzonderlijke omslagklasse, is gebaseerd op een vergelijking van omslagen in 2001 en heeft derhalve betrekking op de situatie vóór de fusie. Dit kan naar het oordeel van het hof niet maatgevend worden geacht voor de situatie ná de fusie. Vóór de fusie waren er 4 organen die ieder hun taken en de daarmee samenhangende kosten hadden waarbij die kosten door ieder van die organen werden omgeslagen over de belanghebbenden in het eigen gebied. Na de fusie is er echter 1 orgaan die in nagenoeg het gehele gebied alle waterschapstaken uitoefent. De aan deze taken verbonden kosten worden omgeslagen over de belanghebbenden met inachtneming van het bepaalde in de Omslagklassenverordening. Dat een en ander resulteert in andere omslagen dan in de periode vóór de fusie is onvermijdelijk. Zonder nadere berekening kan belanghebbendes stelling dat sprake is van een onevenredig nadeel niet op juistheid worden beoordeeld.
Het hof verklaart het beroep ongegrond.

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.