GS onthouden ten onrechte goedkeuring aan de kostentoedelingsverordening
Gedeputeerde Staten (GS) hebben goedkeuring onthouden aan de door de Verenigde Vergadering van waterschap Hollandse Delta (VV) vastgestelde kostentoedelingsverordening watersysteembeheer. Na de onthouding van goedkeuring van de verordening heeft de VV een gewijzigde versie van de kostentoedelingsverordening opnieuw ter goedkeuring aan GS voorgelegd. Daarbij is, onder tijdsdruk, tegemoet gekomen aan de bezwaren van GS tegen het verhoogde percentage van 47,5 van het kostenaandeel ingezetenen en is dat percentage lager vastgesteld op 40. De gewijzigde verordening is door GS goedgekeurd.
De Rechtbank 's-Gravenhage heeft het door de VV ingestelde beroep tegen de weigering van goedkeuring van de eerste kostentoedelingsverordening niet-ontvankelijk verklaard.
De VV heeft in hoger beroep betoogd dat haar besluit tot verhoging van het ingezetenenaandeel is genomen in overeenstemming met artikel 120, derde lid, van de Waterschapswet, zodat daaraan ten onrechte goedkeuring is onthouden wegens strijd met het recht. Voorts voert zij aan dat GS de grenzen van de bevoegdheid tot het onthouden van goedkeuring hebben overschreden door het oordeel van GS in de plaats te stellen van dat van de VV. Volgens de VV is het evident dat een groot deel van deze infrastructuur ten dienste staat van alle ingezetenen. De VV heeft ter toelichting van haar besluit om het percentage kostenaandeel ingezetenen te verhogen vermeld dat (gebieds)factoren ertoe leiden dat vooral het tarief voor de categorie 'overige ongebouwd' bij een percentage ingezetenen van 40 een onacceptabele verhoging laat zien.
Volgens de Raad van State kon GS slechts goedkeuring onthouden aan het besluit wegens strijd met het recht, indien dat besluit van de VV in redelijkheid niet had mogen worden genomen. Niet kan worden staande gehouden dat het besluit van de VV blijkens de daarbij gegeven motivering in redelijkheid niet kon worden genomen. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 120 kan niet worden afgeleid dat de VV niet op de wijze als zij heeft gedaan met de omvang van de binnen haar beheersgebied gelegen natuur en met de hoe-veelheid infrastructuur rekening heeft kunnen houden.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond.
DATUM:
28 juli 2010
ECLI:
ECLI:NL:RVS:2010:BN2669
ZAAKNUMMER:
200909002/1/H2
INSTANTIE:
Raad van State
