Afzonderlijke omslagklasse voor natte veenweide is niet vereist
Belanghebbende is eigenaar van 8 percelen in het (veen)weidegebied van de Zaanstreek en Waterland. De heffingsambtenaar van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft aan belanghebbende aanslagen opgelegd voor waterkeringszorg, waterbeheersing en wegenbeheer. In beroep is in geschil of het hoogheemraadschap een afzonderlijke omslagklasse voor het waterkwantiteitsbeheer, waarin 50% van de heffingsmaatstaf van toepassing is, in had moeten stellen voor het gebied waarin de percelen zijn gelegen. Tevens is in geschil of een afzonderlijke omslagklasse voor het waterkwantiteitsbeheer, waarin 0% van de heffingsmaatstaf van toepassing is, ingesteld had moeten worden voor oppervlaktewater.
Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar is geslaagd in de bewijslast omtrent de veronderstelling dat de percelen moeten worden behandeld als ongebouwde eigendommen die zijn gelegen in het natte veenweidegebied. Voorts heeft de heffingsambtenaar de door belanghebbende geuite bezwaren afdoende weerlegd in de zin dat daaruit niet de conclusie kan worden getrokken dat voor natte veenweide een afzonderlijke omslagklasse had moeten worden ingesteld omdat sprake is van een verschil in hoedanigheid en ligging dat leidt tot een verschil in belang van meer dan 50%. De heffingsambtenaar heeft verder gesteld dat het van de percelen deel uitmakende oppervlaktewater niet is aan te merken als een zelfstandige waterstaatkundige eenheid en dat het voor het hoogheemraadschap niet mogelijk is om voorzieningen ten dienste van het waterkwantiteitsbeheer specifiek af te stemmen op oppervlaktewater van een beperkte omvang dat niet een zelfstandige waterstaatkundige eenheid vormt. Hiervan uitgaande is het hof van oordeel dat het hoogheemraadschap niet gehouden is om voor zodanig oppervlaktewater een 0% omslagklasse in te stellen.
Het hof verklaart het beroep ongegrond.
DATUM:
20 mei 2010
ECLI:
niet gepubliceerd
ZAAKNUMMER:
P04/03610
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
