Heffing i.v.m. waterschapstaak wegenbeheer
In geschil is de vraag of de heffingsambtenaar van hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (hierna: AGV) op goede gronden aan belanghebbende een aanslag ingezetenenomslag heeft opgelegd. Belanghebbende is ingezetene van het taakgebied van AGV, waaraan binnen dat gebied de zorg voor de waterkering, het kwantitatief oppervlaktewaterbeheer en het beheer van de vaarwegen is opgedragen. Belanghebbende is tevens aangemerkt als ingezetene van het taakgebied van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (hierna: HHNK) en in verband daarmee is in 2007 een aanslag ingezetenenomslag opgelegd.
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat hij, nu zijn woning is gelegen in de bebouwde kom van Z, niet als ingezetene kan worden aangemerkt. Daartoe voert hij aan dat de grenzen van waterschappen samenvallen met hun taakgrenzen, dat HHNK geen wegenbeheerstaak uitvoert in de bebouwde kom in Z en dat HHNK op grond van het bepaalde in de Wet herverde-ling wegenbeheer ook niet is toegestaan om wegen binnen de bebouwde kom te beheren.
De rechtbank overweegt dat niet in geschil is dat de door belanghebbende bewoonde woning is gelegen in het (beheers)gebied van HHNK, zodat moet worden vastgesteld dat eiser ingezetene is als bedoeld in artikel 13 van de Omslagverordening. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen grond om artikel 116, aanhef en onder d, van de Waterschapswet zo uit te leggen dat een ingezetene slechts dan in de heffing van de ingezetenenomslag kan worden betrokken indien de bij hem in gebruik zijnde woonruimte een specifiek belang heeft bij de taakuitoefening van het waterschap. De wetgever heeft het algemene belang dat iedere ingezetene heeft bij 'wonen-werken-leven' binnen het gebied waar het waterschap zijn taken uitoefent, voldoende grond geacht voor de ingezetenenomslag. Uit de rechtspraak volgt volgens de rechtbank verder dat in een situatie als de onderhavige wonen binnen het gebied van het waterschap beslissend is voor de omslagplicht van ingezetenen. De omstandigheid dat in een gedeelte van dit gebied waarin het waterschap de taak wegenbeheer vervult, de facto - als gevolg van de werking van de Wet herverdeling wegenbeheer - geen wegen zijn waarop dat beheer betrekking kan hebben, doet daaraan niet af. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
DATUM:
23 februari 2009
ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2009:BH4398
ZAAKNUMMER:
08/4032
INSTANTIE:
Rechtbank Haarlem
