Onderzoeksgegevens belanghebbende terecht opzijgeschoven vanwege afwijking afvalwatercoëfficiënt > 25%
Aan belanghebbende, producent van diepgevroren vis, zijn door de heffingsambtenaar van GBLT uit naam van het Waterschap Zuiderzeeland aanslagen zuiveringsheffing opgelegd. In geschil is of de heffingsambtenaar bevoegd is bij een meetverschil van meer dan 25% zonder nader onderzoek de onderzoeksresultaten van de belastingplichtige terzijde te schuiven.
De rechtbank overweegt dat Dagelijks bestuur aanvullende regels op Bijlage I bij de verordeningen heeft vastgesteld, de Richtlijnen voor meting, bemonstering, analyse en berekening GBLT. Daarin is in paragraaf 8 onder meer opgenomen dat indien de gewogen gemiddelde afvalwatercoëfficiënt van het bedrijf meer dan 25% afwijkt van die van GBLT, de definitieve vervuilingswaarde wordt gebaseerd op de onderzoeksgegevens van GBLT. Hetgeen in paragraaf 8 is weergegeven dient als voorwaarde te worden aangemerkt in de zin van art. 6.12 lid 2 van het Waterschapsbesluit aan de in de beschikking gegeven bevoegdheid om de vervuilingswaarde middels bemonstering in een beperkt aantal etmalen vast te stellen. Zij ziet geen aanleiding om de richtlijn op dit punt op voorhand onredelijk of onzorgvuldig te achten, dan wel in strijd met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de gewogen gemiddelde afvalwatercoëfficiënt van belanghebbende meer dan 25% afwijkt van die van het GBLT. Reeds op grond hiervan heeft de heffingsambtenaar de onderzoeksgegevens van belanghebbende terzijde kunnen schuiven. Dit heeft hij zonder nader onderzoek kunnen doen, nu de Richtlijnen over een zodanig onderzoek niets inhouden. Het oordeel zou anders kunnen luiden indien aannemelijk zou zijn dat de meetresultaten van het GBLT structureel op een onjuiste wijze zijn verkregen, zodat aan de validiteit ervan getwijfeld kan worden. Daarvan is niet gebleken. Er is geen sprake van bewijsnood bij belanghebbende, omdat zij de gegevens vrij kort na iedere meting heeft kunnen inzien via het digitale loket Webismeet.
DATUM:
18 september 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBOVE:2018:3398
ZAAKNUMMER:
17/1780 e.v.
INSTANTIE:
Rechtbank Overijssel
