Woonzorgcentrum is 'niet-woning' met 88% vrijgestelde woondelen

Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een woonzorgcentrum. De heffingsambtenaar van de gemeente Epe heeft een aanslag OZB-gebruik opgelegd. De Rechtbank Zutphen heeft het beroep gegrond verklaard en de aanslag OZB-gebruik vernietigd.
Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de woonstraten meer dan incidenteel ook gebruikt worden voor het verlenen van (verpleegkundige) hulp en dat van die ruimten niet kan worden gezegd dat zij dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Dat oordeel geeft, aldus de Hoge Raad, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan overigens als van feitelijke aard in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk. Daaruit volgt dat minder van 70% van de onroerende zaak kan worden toegerekend aan delen die tot woning dienen dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden, zodat de onroerende zaak niet in hoofdzaak tot woning dient als bedoeld in artikel 220a, tweede lid, van de Gemeentewet. Hieraan doet niet af dat voor de bepaling van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 220e van de Gemeentewet meer dan 70% van de waarde is toe te rekenen aan gedeelten die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Niet juist is de opvatting in het middel dat ook sprake is van een woning, in de zin van artikel 220a, tweede lid, van de Gemeentewet, als bij de toepassing van artikel 220e meer dan 70% van de waarde (88%) buiten aanmerking blijft.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.