Vermindering naheffingsaanslag met € 1
In geschil is de vraag of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht en voor het juiste bedrag is opgelegd. Het hof oordeelt dat de gemeente bij de naheffingsaanslag een te hoog bedrag aan kosten in rekening heeft gebracht. Toen het belastbare feit zich voordeed (8 januari 2011) gold een tarief van € 50,90. Ten onrechte heeft de gemeente het tarief van € 51,90 in rekening gebracht dat van toepassing was vanaf 1 februari 2011. Het hof verwerpt de grieven van belanghebbende over de wijze van bekendmaking van de naheffingsaanslag, omdat gebreken bij de bekendmaking geen invloed hebben op de rechtmatigheid van de aanslag (HR 5 november 2005, nr. 39.529, BNB 2006/43). De rechtbank oordeelt dat in artikel 234, vierde lid, van de Gemeentewet een forfaitair systeem is opgenomen ter uitvoerbaarheid van het opleggen van naheffingsaanslagen. Dat wil zeggen dat als een naheffingsaanslag wordt opgelegd, deze wordt berekend over een parkeerduur van 1 uur, tenzij het voertuig langer dan 1 uur zonder betaling geparkeerd heeft gestaan. Dit artikellid is dwingend geformuleerd en is slechts voor één uitleg vatbaar. Hoewel de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 234, vierde lid, van de Gemeentewet aanknopingspunten biedt voor de stelling van belanghebbende dat slechts over 10 minuten parkeerbelasting dient te worden nageheven, kan gelet op de eenduidigheid van de wettekst, aan de interpretatie van de totstandkomingsgeschiedenis daarvan niet worden toegekomen.
Terug naar kennisbankDATUM:
17 oktober 2013
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2013:3732
ZAAKNUMMER:
12/00432
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
