Openbare weg?
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Belanghebbende heeft op een koopzondag zijn auto geparkeerd op een aan de gemeente in eigendom toebehorend terrein gelegen aan het A-plein. Dit terrein was in gebruik als bouwterrein. Het was niet verhard en stond vol plassen. Het terrein stond vol bouwmaterialen en was van de openbare weg afgescheiden door middel van hekken. Deze hekken waren evenwel, voordat belanghebbende op het terrein parkeerde, door onbekende derden verplaatst, zodanig dat het terrein toegankelijk was voor motorvoertuigen. Het A-plein is aangewezen als gebied waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. Dat aan het A-plein alleen betaald kan worden geparkeerd is duidelijk aangegeven. Omdat in de gegeven situatie onduidelijk is of op het onderhavige terrein geparkeerd mocht worden, heeft belanghebbende navraag gedaan bij een parkeerwachter. Deze heeft geantwoord dat voor die dag besloten was dat op het onderhavige terrein niet bekeurd zou worden, maar dat hij met belanghebbende van mening was dat niet helemaal duidelijk was hoe men als parkeerder diende te handelen. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, of het onderhavige terrein onderdeel uitmaakt van de openbare weg en of belanghebbende vertrouwen kan ontlenen aan de uitspraken van de parkeerwachter. Naar het oordeel van het Hof maakt het terrein geen deel uit van de openbare weg. Het Hof acht hierbij van belang dat het terrein niet was ingericht als weg dan wel als parkeerterrein. Het terrein maakt geen deel uit van de op het A-plein gelegen rijbaan en was daarvan afgescheiden door middel van hekken. Dat de hekken waren verwijderd doet daaraan niet af. Het terrein stond ook niet open voor het openbaar verkeer. Het beroep is gegrond.
Terug naar kennisbankDATUM:
09 september 2003
ECLI:
ECLI:NL:GHARN:2003:AJ3216
ZAAKNUMMER:
02/00453
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem
