Ongegrondverklaring staat immateriële schadevergoeding niet in de weg
X verzoekt ter zitting om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank overweegt onder verwijzing naar het overzichtsarrest van de Hoge Raad dat een ongegrondverklaring van het beroep niet aan een toekenning van een dergelijke schadevergoeding in de weg staat. Dat X de zaak was vergeten en daarom geen spanning en frustratie heeft ervaren zoals de heffingsambtenaar betoogt, houdt bij de rechtbank geen stand. Dat is geen bijzondere omstandigheid. De redelijke termijn is met 11 maanden overschreden en is aan de heffingsambtenaar te wijten omdat de behandeling van het bezwaar ruim 94 weken heeft geduurd.
Terug naar kennisbankDATUM:
06 maart 2020
ECLI:
ECLI:NL:RBROT:2020:1938
ZAAKNUMMER:
19/947
INSTANTIE:
Rechtbank Rotterdam
