Keuken van café kan niet als verkeersruimte worden aangemerkt
Belanghebbende is eigenaar van een pand waarvan de begane grond als café in gebruik is en de verdieping als woonruimte. B&W van de gemeente Haarlem hebben een formaliseringsbesluit genomen, waardoor alle panden en verblijfsobjecten in Haarlem werden voorzien van eenzelfde brondocument. B&W betogen dat de woonruimte een verblijfsobject is. De woonruimte kan onderwerp zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en is in functioneel opzicht zelfstandig. Er is geen substantiële afhankelijkheid van voorzieningen in andere ruimten binnen het pand. De woonruimte wordt ook ontsloten via een eigen afsluitbare toegang vanaf een gedeelde verkeersruimte. B&W merken de keuken van het café daarbij aan als gedeelde verkeersruimte, met verwijzing naar het Objectenhandboek. Belanghebbenden vinden dat de keuken niet kan worden aangemerkt als gedeelde verkeersruimte. Niet in geschil is dat de woonruimte niet wordt ontsloten via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, maar via het café op de begane grond en dan meer specifiek via de keuken van het café.
De rechtbank overweegt dat B&W bij de uitoefening van hun bevoegdheid tot toekenning van een nummeraanduiding het Objectenhandboek als uitgangspunt neemt. In het Objectenhandboek is een toelichting gegeven op de aanduiding gedeelde verkeersruimte: “met gedeelde verkeersruimten worden ruimten bedoeld als portalen en trappenhuizen, die gedeeld worden door meerdere verblijfsobjecten. Gedeelde verkeersruimten verbinden verblijfsobjecten met de openbare ruimte. Deze portalen en trappenhuizen maken geen deel uit van een verblijfsobject. Een gang met daaraan alleen kantoorruimten geldt niet als gedeelde verkeersruimte.”
De rechtbank is van oordeel dat de keuken van het café niet als verkeersruimte kan worden aangemerkt. De hoedanigheid van de keuken van het café is een heel andere, dan die van een portaal en een trappenhuis en kan daarom niet onder zo’n ruimte worden geschaard. Er wordt dus niet voldaan aan een van de criteria als vermeld in art. 1 aanhef en onder q Wet BAG en daarom kan de woonruimte niet worden aangemerkt als verblijfsobject in de zin van de Wet BAG.
DATUM:
20 juni 2017
ECLI:
ECLI:NL:RBNHO:2017:4987
ZAAKNUMMER:
16/5115
INSTANTIE:
Rechtbank Noord-Holland
