Annuïteitenberekening prénumerando
Aan enkele belanghebbenden is een aanslag baatbelasting opgelegd van € 382,20 voor het gebruik maken van de mogelijkheid in de Verordening om te opteren voor 10 jaarlijkse aanslagen. Belanghebbende heeft aangevoerd dat het aanslagbedrag onjuist is berekend door uit te gaan van een annuïteitenberekening die uitgaat van een postnumerando betaling van de termijnen. De aanslagen worden immers aan het begin van het jaar opgelegd, zodat uitgegaan moet worden van prénumerando betalingen. De heffingsambtenaar van gemeente De Ronde Venen betwist niet dat de aanslagen aan het begin van het jaar worden opgelegd, maar neemt het standpunt in dat B&W de vrijheid hadden de bedragen pré- of postnumerando te berekenen.
Het hof overweegt dat de Verordening aldus dient te worden uitgelegd dat, indien wordt overgegaan tot jaarlijkse heffing, belasting mag worden geheven alsof er gedurende 10 jaren jaarlijks aan het begin van een kalenderjaar een vast belastingbedrag materieel verschuldigd wordt. Bij dat verschuldigd worden van belasting aan het begin van wat in de Verordening wordt aangeduid als een belastingjaar past het de berekening van de annuïteit uit te voeren volgens de zogenoemde prénumerando methode (vgl. HR 14 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW1640). Gelet hierop is het standpunt van belanghebbende op dit punt juist. Voor dat geval hebben partijen verklaard dat het juiste bedrag € 367,50 had moeten zijn. Dit leidt niet tot het onverbindend verklaren van de Verordening, maar tot onverbindendheid van het tarief voor zover het hoger is dan dit bedrag (vgl. HR 22 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY8644) en tot vermindering van de aanslag.
DATUM:
20 juni 2017
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2017:5110
ZAAKNUMMER:
15/01103 t/m 15/01172 en 15/01174 t/m 15/01190
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
