Geen kostenvergoeding voor “telefonische hoorzitting” die slechts betrekking had op de vergoeding van kosten van de bezwaarfase
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, opgelegd nadat belanghebbende bij het betalen van die belasting een verkeerd kenteken in de parkeerautomaat had ingevoerd. De heffingsambtenaar heeft belanghebbende bij brief uitgenodigd voor een “telefonische hoorzitting”. Bij die gelegenheid heeft de heffingsambtenaar reeds medegedeeld dat aan het bezwaar tegemoet wordt gekomen en de naheffingsaanslag wordt vernietigd. Het telefoongesprek kon daarom alleen nog betrekking hebben op vergoeding van de kosten van de bezwaarfase. Het telefoongesprek heeft vervolgens plaatsgevonden tussen de heffingsambtenaar en de gemachtigde van belanghebbende. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar gegrond verklaard, de naheffingsaanslag vernietigd maar geen kostenvergoeding toegekend. Het hof heeft geoordeeld dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van de kosten van bezwaar. Het heeft echter geen punten toegekend voor het telefoongesprek. Daartoe heeft het hof overwogen dat niet is gesteld of aannemelijk geworden dat het telefonisch horen op een zodanige wijze heeft plaatsgevonden dat het op één lijn moet worden gesteld met een verschijnen ter hoorzitting.
De Hoge Raad oordeelt dat de “telefonische hoorzitting” slechts betrekking had op de vergoeding van kosten van de bezwaarfase en niet op de beslissing op het bezwaar. Daarvan uitgaande geeft het oordeel van het hof dat dit telefoongesprek niet op één lijn kan worden gesteld met het verschijnen ter hoorzitting naar aanleiding van een ingediend bezwaar als bedoeld in art. 7:2 lid 1 Awb, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
DATUM:
26 januari 2018
ECLI:
ECLI:NL:HR:2018:94
ZAAKNUMMER:
17/04365
INSTANTIE:
Hoge Raad
