Uitleg definitie ‘fout’ in de zin van art. 16 lid 2, aanhef en letter c AWR

Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld over de periode 2005 tot en met 2007. Bij de aanvang van dit boekenonderzoek had in de systemen van de Belastingdienst de aangifte geblokkeerd moeten worden. Dat is ten onrechte niet gebeurd waardoor de aanslag geautomatiseerd is opgelegd. Bijna een half jaar later heeft belanghebbende niet eerder aangegeven buitenlands vermogen vrijwillig gemeld. In verband met deze vrijwillige verbetering is een eerste navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd. Twee maanden later is een tweede navorderingsaanslag opgelegd naar aanleiding van bevindingen uit het boekenonderzoek. In geschil is of de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd.
Volgens het hof heeft de inspecteur een ambtelijk verzuim begaan en zijn de betreffende onjuistheden aan te merken als een onjuist inzicht in de feiten die bepalend zijn voor de omvang van de belastingplicht. Er is daarmee geen sprake van een fout in de zin van art. 16 lid 2 en letter c, AWR die navordering rechtvaardigt.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de parlementaire behandeling van art. 16, lid 2, aanhef en letter c, AWR moet worden afgeleid dat het begrip ‘fout’ in deze bepaling neutraal en ruim is bedoeld , en dat daaronder moet worden verstaan elke misslag die bij de Belastingdienst optreedt in verband met de aanslagregeling, zoals schrijf-, reken-, overname- en intoetsfouten maar ook andere fouten zoals “fouten ten gevolge van de geautomatiseerde verwerking van aangiften”, indien het gevolg daarvan is dat de belastingschuld op een te laag bedrag is vastgesteld. Dat de controlerend ambtenaar heeft nagelaten het boekenonderzoek in het computersysteem te vermelden, is aan te merken als een fout in die ruime en neutrale zin. Dat bij het opleggen van de eerste navorderingsaanslag vervolgens geen rekening is gehouden met de bevindingen uit het boekenonderzoek, is het gevolg van het achterwege blijven van deze vermelding. Daarmee is de eerste navorderingsaanslag tot een te laag bedrag vastgesteld als gevolg van een fout in de zin van artikel 16, lid 2, aanhef en letter c, AWR, die navordering rechtvaardigt. Daaraan doet niet af dat de eerste navorderingsaanslag, anders dan de aanslag, niet geautomatiseerd is afgedaan.
Het beroep in cassatie is gegrond en de uitspraak van het hof wordt vernietigd.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.