Uitleg begrip ‘fout’ in de zin van artikel 16, tweede lid, letter c, AWR
Het hof heeft geoordeeld dat de Inspecteur bevoegd was tot navordering, omdat de vaststelling van de aanslag niet heeft berust op een bewuste keuze van de Inspecteur maar het gevolg was van een als ‘fout’ aan te merken abuis. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat de bij de aanslag te weinig geheven belasting ten minste 30% van de ingevolge de belastingwet verschuldigde belasting bedraagt, zodat aan het kenbaarheidscriterium is voldaan.
De Hoge Raad overweegt dat uit de parlementaire behandeling van het in artikel 16, tweede lid, aanhef en letter c, AWR opgenomen voorschrift moet worden afgeleid dat het begrip ‘fout’ neutraal en ruim is bedoeld, en dat daaronder moet worden verstaan elke misslag die bij de Belastingdienst optreedt in verband met de aanslagregeling, zoals schrijf-, reken-, overname- en intoetsfouten, maar ook andere fouten zoals “fouten ten gevolge van de geautomatiseerde verwerking van aangiften”, indien het gevolg daarvan is dat de belastingschuld op een te laag bedrag is vastgesteld. Hier is sprake van een fout in deze ruime en neutrale zin. Het is geen beoordelingsfout waarbij een aanslag te laag is vastgesteld als gevolg van een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten die bepalend zijn voor de (omvang van de) belastingplicht of van een onjuist inzicht van de inspecteur in het recht (HR 8 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0921, BNB 2003/345). De wetsgeschiedenis geeft geen aanknopingspunt om het bestaan van een fout mede afhankelijk te stellen van het antwoord op de vraag of ook de belanghebbende bij het doen van de aangifte een fout heeft gemaakt. Belanghebbende beroept zich erop dat in de aangifte een pleitbaar standpunt is ingenomen. Daarmee wordt kennelijk gedoeld op de opmerking tijdens de parlementaire behandeling van deze regeling dat in gevallen waarin de inspecteur bij de aanslagregeling ten onrechte een aangifte volgt waarin uitdrukkelijk een pleitbaar standpunt is ingenomen, het voor de belastingplichtige niet kenbaar is dat de belastingaanslag onjuist is vastgesteld. Deze opmerking neemt niet weg dat aan het kenbaarheidsvereiste wordt voldaan, zelfs in gevallen waarin uitdrukkelijk een pleitbaar standpunt in de aangifte is ingenomen, indien door de inspecteur naar aanleiding van een onderzoek een correctie op de aangifte is aangekondigd en vervolgens een aanslag wordt opgelegd waarbij die correctie zonder enige denkbare reden achterwege blijft.
DATUM:
27 juni 2014
ECLI:
ECLI:NL:HR:2014:1529
ZAAKNUMMER:
13/02194
INSTANTIE:
Hoge Raad
