Een ‘schriftelijke hoorzitting’ is geen hoorzitting

Op verzoek van de heffingsambtenaar is, in overeenstemming met X, besloten om een schriftelijke hoorzitting te houden in plaats van een gebruikelijke mondelinge hoorzitting. Tijdens de schriftelijke hoorzitting zijn zowel door X als de heffingsambtenaar geen vragen gesteld. In geschil is of voor deze schriftelijk hoorzitting een proceskostenvergoeding moet worden toegekend. X stelt dat met de heffingsambtenaar is afgesproken dat de schriftelijke hoorzitting in plaats van de mondelinge hoorzitting zou treden. Het hof oordeelt dat voor de schriftelijke hoorzitting geen proceskostenvergoeding kan worden toegekend. Met ‘verschijnen ter hoorzitting’, zoals neerlegt in art. 7:2 Awb, wordt expliciet een fysieke deelname bedoeld. Deze deelname kan fysiek, telefonisch of digitaal plaatvinden. Een ‘schriftelijke hoorzitting’ is zodoende geen hoorzitting. X mocht evenwel aan de uitlating van de heffingsambtenaar vertrouwen ontlenen dat in geval van een gegrond bezwaar, beroep of hoger beroep een procespunt wordt toegekend voor de ‘schriftelijke hoorzitting’.

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.