Aannemelijk dat gemachtigde de gestuurde (én opgehaalde) herinnering heeft ontvangen

 Omdat het griffierecht niet is betaald, heeft het Landelijk Dienstencentrum van de Rechtspraak per aangetekende post een betalingsherinnering aan X gestuurd. Hierin is nogmaals verzocht om het griffierecht binnen 4 weken te betalen. Gemachtigde heeft de ontvangst van de herinnering betwist. Op de zitting is de handtekening getoond waarmee voor ontvangst is getekend. Gemachtigde stelt dat die handtekening niet van hem is. De rechtbank gaat hieraan voorbij. Uit de Track&Trace-gegevens blijkt dat de herinnering is uitgereikt. De rechtbank heeft geconstateerd dat er op dezelfde dag meer herinneringen aan gemachtigde zijn verzonden in zaken waarbij het griffierecht uiteindelijk wel is betaald. Dat betekent dat hij die herinneringen in ieder geval heeft ontvangen. Uit eigen kennis en wetenschap van de rechtbank volgt dat in beroepszaken van gemachtigde vaker met dezelfde handtekening wordt getekend voor ontvangst en dat in die gevallen het griffierecht wel is voldaan. Het is aannemelijk dat gemachtigde de gestuurde (én opgehaalde) herinnering heeft ontvangen. X heeft geen verschoonbare reden gegeven voor het niet betalen van het griffierecht. Nu X erop is gewezen dat in geval van niet-tijdige betaling van het griffierecht het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard en hij het verschuldigde griffierecht niet alsnog volledig heeft betaald, is het beroep niet-ontvankelijk.

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.