Bij terugwijzing begint termijn voor immateriële schadevergoeding niet opnieuw te lopen
Na terugwijzing door het hof naar de inspecteur gaat X opnieuw in beroep. De rechtbank heeft de Staat veroordeeld tot vergoeding van € 500 aan immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Staat is in hoger beroep gegaan en het hof heeft geoordeeld dat na terugwijzing (door het hof) in beginsel opnieuw van een termijn van 2 jaren voor de behandeling van het bezwaar en beroep dient te worden uitgegaan. De Hoge Raad oordeelt daarentegen dat voor het vaststellen van de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg niet een nieuwe behandelingsfase start. In zulke zaken geldt als uitgangspunt dat de berechting in eerste aanleg niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden als het totale tijdsverloop in deze fase, dat is dus de optelsom van het tijdsverloop van die fase vóór terugwijzing en van die fase na terugwijzing, langer heeft geduurd dan 2 jaren. Daarbij geldt dat de duur van de hervatte berechting in eerste aanleg aanvangt op de dag nadat de terugwijzingsuitspraak is gewezen.
Terug naar kennisbankDATUM:
22 november 2019
ECLI:
ECLI:NL:HR:2019:1818
ZAAKNUMMER:
19/01594
INSTANTIE:
Hoge Raad
