‘No cure no pay’ staat niet in de weg aan vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn
Het hof heeft geoordeeld dat de redelijke termijn in bezwaar en beroep is overschreden en op grond daarvan een vergoeding van immateriële schade toegekend. Aan de toekenning van vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade doet volgens het Hof niet af dat namens belanghebbende een gemachtigde optreedt op basis van ‘no cure no pay’.
B&W van de gemeente Rotterdam hebben beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad overweegt dat aan toekenning van een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn staat niet in de weg dat aan de belanghebbende bijstand is verleend op basis van ‘no cure no pay’ (vgl. HR 7 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT6841). Evenmin staat daaraan in de weg dat de belanghebbende ermee heeft ingestemd dat een eventuele vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn aan de rechtsbijstandverlener wordt uitbetaald (vgl. HR 16 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY2770).
DATUM:
02 juni 2017
ECLI:
ECLI:NL:HR:2017:965
ZAAKNUMMER:
16/03967
INSTANTIE:
Hoge Raad
