Motivering van de tariefverhoging van 25% ondeugdelijk

De rechtbank oordeelt dat de verhoging van het maximum van de forensenbelasting met 4,2% alleen gevolgen heeft voor recreatiewoningen met een WOZ-waarde op of boven dat maximum. Deze verhoging is een inflatiecorrectie en is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De verhoging van het tarief van 1% naar 1,25% raakt juist alleen de forensen met een woning onder het maximum. Voor hen betekent dit een lastenverzwaring van 25%, terwijl de groep met duurdere woningen alleen de inflatiecorrectie krijgt. De toelichting bij deze verhoging houdt geen steek. De gemeente legt niet uit waarom juist de groep met lagere WOZ-waarden veel zwaarder wordt belast. Ook is niet duidelijk of hun belangen goed zijn meegewogen. De toelichting is zo ondeugdelijk dat de ondergrens van een kenbare motivering niet wordt gehaald, waardoor de rechtbank niet beoordelen hoe de verhoging van het tarief zich verhoudt tot het evenredigheidsbeginsel. De bepaling wordt buiten toepassing gelaten.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.