Riool- en afvalstoffenheffing; compensabele btw is aanvullende last ter zake
De btw waarvoor gemeenten recht op een bijdrage uit het BCF heeft, is volgens het hof geen last die drukt op de gemeentelijke begroting. De post mag uitsluitend op grond van art. 228a lid 3 Gemeentewet dan wel art. 15.33 lid 3 Wet milieubeheer tot de kosten van de riolering en de afvalstoffen wordt gerekend. Bij de vraag of de opbrengstlimiet van deze artikelen is overschreden, mag deze kostenpost daarom aanvullend als ‘last ter zake’ in aanmerking worden genomen. De bijdrage uit het BCF hoeft daartegenover niet in aanmerking te worden genomen als ‘bate ter zake’, ongeacht de wijze van verwerking in de gemeentelijke begroting. Zou de bijdrage uit het BCF als bate moeten worden verantwoord, dan zou de werking van voornoemde artikelen teniet worden gedaan. Het achteraf in aanmerking nemen van compensabele btw brengt dus geen wijziging in de gemeentelijke begroting mee en leidt niet tot de door X gestelde verstoring van het evenwicht tussen lasten en opbrengsten.
Terug naar kennisbankDATUM:
09 april 2026
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2026:1291
ZAAKNUMMER:
23/385
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
