Forfaitaire proceskostenvergoeding vastgesteld op € 0,26
Previcus acht een vergoeding van € 50 per zaak redelijk. De rechtbank oordeelt dat een vergoeding van € 15 per zaak al veel meer is dan waar Previcus op grond van het Bpb recht op zou hebben. Uitgaande van de regels inzake de forfaitaire vergoeding bedraagt het totale bedrag voor de 254 samenhangende zaken € 65,63 (1 punt (€ 875) voor beroep x 1,5 voor samenhang x wegingsfactor 0,5 x factor 0,1 op grond van art. 30a Wet WOZ, omdat de uitspraak na 1 januari 2024 is gedaan, het om een formele vraag ging en het primaire besluit niet is vernietigd. Gedeeld door 254 zaken komt de vergoeding dan uit op € 0,26 per zaak. De toegekende vergoeding is dus aanzienlijk hoger dan de forfaitaire vergoeding. De werkzaamheden die de gemachtigde heeft opgesomd, zijn niet voorzien van een tijdsbesteding en uurtarief. Bovendien is een belangrijk deel administratief van aard, zodat de vraag is of het in zoverre wel om rechtsbijstand gaat. Verder is een vergoeding voor rechtsbijstand slechts een tegemoetkoming in de kosten, zodat de toegekende vergoeding niet kostendekkend hoeft te zijn. Een vergoeding van € 15 per zaak is buiten redelijke twijfel niet te laag.
Terug naar kennisbankDATUM:
17 oktober 2025
ECLI:
ECLI:NL:RBGEL:2025:8777
ZAAKNUMMER:
24/1707
INSTANTIE:
Rechtbank Gelderland
