Conclusie A-G; onvoldoende zittingscapaciteit gemachtigde als bijzondere omstandigheid
Gemachtigde heeft onvoldoende zittingscapaciteit, waardoor vertraging ontstaat. Die vertraging kan een bijzondere omstandigheid vormen die verlenging van de redelijke termijn kan rechtvaardigen, omdat een dergelijk capaciteitsprobleem niet is verdisconteerd in de standaardtermijn. Als het gaat om algemeen procesgedrag moet het gedrag in de individuele zaak vertraging hebben veroorzaakt om als bijzondere omstandigheid te kunnen worden aangemerkt. Voor toerekening is niet vereist dat de vertraging uitsluitend door de gemachtigde is veroorzaakt. Voldoende is dat de vertraging door de gemachtigde is veroorzaakt. Vertraging die ontstaat doordat het gerecht zelf traag reageert, kan niet aan de gemachtigde worden toegerekend. Dat de rechtbank mogelijk onvoldoende regie heeft gevoerd, verhindert niet dat een gebrek aan zittingscapaciteit bij de gemachtigde als bijzondere omstandigheid kan gelden. Het zou bovendien onredelijk zijn als X een immateriële schadevergoeding ontvangt voor vertraging die door zijn eigen gemachtigde is veroorzaakt, temeer nu deze gemachtigde werkt op basis van een no cure no pay-afspraak (en op basis daarvan de schadevergoeding zal ontvangen). De door het hof aangevoerde bezwaren bieden geen grond om de door de rechtbank bepaalde termijnverlenging met een jaar onjuist te achten.
Terug naar kennisbankDATUM:
13 maart 2026
ECLI:
ECLI:NL:PHR:2026:248
ZAAKNUMMER:
25/02550
INSTANTIE:
Conclusie A-G Pauwels
