Immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn
Belanghebbende heeft verzocht om teruggaaf van betaalde leges met betrekking tot verleende bouwvergunningen. Dit verzoek is door de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum afgewezen. De Rechtbank Amsterdam heeft het beroep ongegrond verklaard. Het Gerechtshof Amsterdam heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd (nieuwsservice 2011, week 31). A-G IJzerman heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie (nieuwsservice 2012, week 33). De Hoge Raad overweegt het volgende. Belanghebbendes verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn is door het hof afgewezen. De daartegen gerichte middelen slagen op de gronden vermeld in onderdeel 3.3 van het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2011, nr. 09/02639, LJN BO5046, BNB 2011/232. Opmerking verdient dat de omstandigheid dat het (hoger) beroep ongegrond is er niet aan in de weg staat dat een zodanige schadevergoeding wordt toegekend met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 van de Awb. De uitspraak van het hof kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen voor beantwoording van de vraag of, en zo ja in hoeverre, de redelijke termijn is overschreden, en voor beantwoording van de vraag of, en zo ja tot welk bedrag, dan een vergoeding voor immateriële schade moet worden toegekend. Met het oog op het geding na verwijzing is van belang dat de in aanmerking te nemen termijn in beginsel een aanvang neemt op het moment waarop het bestuursorgaan het bezwaarschrift ontvangt. De enkele omstandigheid dat de beslissing op een aanvraag lang op zich laat wachten, vormt geen aanleiding om een uitzondering op dit beginsel aan te nemen.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond.
Terug naar kennisbank
DATUM:
30 november 2012
ECLI:
ECLI:NL:HR:2012:BX4029
ZAAKNUMMER:
11/03462
INSTANTIE:
Hoge Raad
