Parkeerbelasting; kostenraming achteraf onderbouwd met nieuwe kostenposten

Volgens de rechtbank staat vast dat de raad op basis van een raming de kosten naheffing heeft vastgesteld, en dat de raming fouten bevat. In geschil is de vraag of de heffingsambtenaar de hoogte van de kosten naheffing achteraf ook kan onderbouwen met kostenposten die niet in de oorspronkelijke raming zijn opgenomen. De rechtbank beantwoord die vraag bevestigend. Het gaat erom dat aan een belastingplichtige niet meer kosten in rekening worden gebracht dan de kosten die de gemeente zou hebben geraamd uitgaande van de juiste cijfers. Op de heffingsambtenaar rust de bewijslast dat het kostenbedrag niet hoger is dan het bedrag dat zou zijn berekend op basis van de correcte raming. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.