Overgangsrecht van toepassing op de immateriële schadevergoeding

De Hoge Raad overweegt dat als uitgangspunt voor de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn een tarief geldt van € 500. De mate waarin de betrokkene daadwerkelijk spanning en frustratie heeft ondervonden, is in beginsel niet van belang. De rechter kan sinds het arrest van 14 juni 2024 volstaan met een constatering van de termijnoverschrijding indien het financiële belang minder dan € 1.000,- bedraagt en de redelijke termijn met niet meer dan 12 maanden is overschreden. In dit geval is echter het overgangsrecht van toepassing. Het beperkte financiële belang kan dan slechts aanleiding geven om de zaak als een bijzonder geval aan te merken indien het belang niet meer bedraagt dan € 15. In dit geval bestond hier geen aanleiding toe. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.