Conclusie A-G; enkel invullen van een e-mailadres op een formulier is onvoldoende om kenbaarmaking aan te nemen
In geschil is of X kenbaar heeft gemaakt langs elektronische weg bereikbaar te zijn door op een verplicht invulveld zijn e-mailadres in te vullen in een onlineformulier waarmee bezwaar is gemaakt. De A-G meent dat naar nieuw recht, art. 2:8 (nieuw) Awb, het kenbaarmakingsvereiste strenger is. De wetsgeschiedenis biedt beperkt houvast met betrekking tot impliciete kenbaarmaking als gevolg van de vele ‘slag om de arm’-woorden die worden gebruikt. Het belangrijkste houvast is dat kenbaarmaking uit 2 aspecten bestaat, (i) dát de geadresseerde voor een bepaald bericht of een bepaalde berichtenuitwisseling elektronisch bereikbaar is, en (ii) op welk elektronisch postadres de geadresseerde bereikbaar is. Uit de wetsgeschiedenis kan worden opgemaakt dat het enkel invullen van een e-mailadres op een formulier onvoldoende is om kenbaarmaking aan te nemen. Dat is te minder voldoende indien het gaat om een verplicht invulveld. Ontwikkelingen na de invoering van art. 2:14 Awb leveren geen contra-indicatie op, in aanmerking genomen dat de tekst van het kenbaarmakingsvereiste per 1 januari 2026 zelfs wordt aangescherpt.
Terug naar kennisbankDATUM:
28 februari 2025
ECLI:
ECLI:NL:PHR:2025:277
ZAAKNUMMER:
24/01787
INSTANTIE:
Conclusie A-G Pauwels
