Parkeerbelasting; conclusie A-G; kosten die meer dan zijdelings samenhangen met inning van niet betaalde belastingen kunnen geheel in aanmerking worden genomen

De A-G heeft in een gemeenschappelijke bijlage geoordeeld over de verhaalbare-kostenlimiet in de parkeerbelasting. Het heeft de voorkeur om voor de uitleg en ontwikkeling van regels in het kader van de verhaalbare-kostenlimiet zoveel mogelijk aan te sluiten bij jurisprudentie over de opbrengstlimiet. Voor de vraag welke kosten in aanmerking mogen worden genomen is niet een afzonderlijk vereiste dat “kosten zijn gemaakt ter zake van het opleggen van de naheffingsaanslag”. Het begrip ‘inning’ omvat naheffing en ziet niet mede op “het proces van vaststellen van de bij wege van voldoening op aangifte verschuldigde belasting”. Het begrip “samenhangen met” houdt in dat er een meer dan zijdelingse samenhang is. Indien kosten samenhangen, kunnen de kosten geheel in aanmerking worden genomen, ook al zijn ze mede voor andere doeleinden gemaakt. De ‘voor zover’-formulering in art. 2 Bgpb verzet zich niet daartegen. Het komt ook niet in strijd met de bedoeling van de formele wetgever. Hoewel op gespannen voet met de tekst van art. 2 Bgpb, mag, conform doel en strekking van de regeling, in de deler van de kostenberekening worden uitgegaan van het geraamde aantal jaarlijkse inbare naheffingsaanslagen. Voor de bewijslastverdeling heeft mutatis mutandis hetzelfde kader te gelden als dat bij de opbrengstlimiet (ECLI:NL:HR:2009:BI1968 en ECLI:NL:HR:2014:777).  

 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.