Conclusie A-G; bpm- (en WOZ-)bezwaren en beroepen zijn niet gelijk aan bezwaren en beroepen in andere fiscale zaken
De A-G meent dat bij toetsing van de WHpkv aan de mensenrechten, WOZ/bpm-zaken en andere zaken vanuit pkv-oogpunt niet vergelijkbaar zijn. Ncnp-verdienmodellen doen zich op andere fiscale terreinen (nagenoeg) niet voor, laat staan parasitaire verdienmodellen waarin de inspanningen van de beroepsgemachtigde niet gestuurd worden door het fiscale belang van de belastingplichtige, maar gericht zijn op het te eigen bate maximaliseren van pkv, ISV en dwangsommen, en het bestreden besluit slechts of vooral dient als ticket daartoe. Volgens de A-G kan niet gezegd worden dat elke redelijke grond zou ontbreken aan het oordeel van de wetgever dat bpm- (en WOZ-)bezwaren en beroepen voor het volstrekt overgrote deel voor pkv-doeleinden niet gelijk zijn aan bezwaren en beroepen in andere fiscale zaken. Ook als dat wél zo zou zijn, slaagt de WHpkv moeiteloos voor de objectieve-en-redelijke-rechtvaardiging-test: van de keuzen die de formele wetgever heeft gemaakt om een halt toe te roepen aan de verstopping van de belastingrechtspraak door parasitaire verdienmodellen op staatskosten die noch de rechtsbescherming, noch het algemeen belang dienen, kan niet gezegd worden dat zij manifestly without reasonable foundation zouden zijn. De maatregel is ook zeker geschikt om de gestelde doelen te bereiken.
Terug naar kennisbankDATUM:
25 oktober 2024
ECLI:
ECLI:NL:PHR:2024:1140
ZAAKNUMMER:
24/00575
INSTANTIE:
Conclusie A-G Wattel
